Van CmK3 naar CmK4: Kijk eens wat er staat en komen gaat!
Juf Cato en saxofonist Frank
‘Ik was een wit vel dat steeds kleurrijker werd.’ Dagvoorzitter Tjyying Liu blikte in zijn opening terug op hoe hij theatermaker en performer is geworden. Zoiets, wil hij maar zeggen, gebeurt niet vanzelf, maar vraagt om hulp en inspiratie van anderen. In zijn geval was dat, naast een stimulerende moeder, bijvoorbeeld juf Cato van de tweede klas die hem vroeg om mee te spelen in de musical. Wat een prachtervaring om op een podium te staan!
Later deed saxofonist Frank er nog een gulle schep bovenop: na diens bezoek in de klas ging de jonge Tjyying op klarinetles. ‘Dat speel ik nog steeds.’ Inmiddels geeft hij zelf als studieleider op de AHK en acteur bij Stichting de Sneeuwfabriek de vonk weer door aan anderen. ‘Dat is onze gedeelde verantwoordelijkheid voor alle kinderen.’

Overhandiging eerste exemplaar
De afsluitende CmK3-publicatie, die binnenkort verschijnt, heet Kijk eens wat er staat. Een terechte titel, vindt Cathalijne Poppe (OCW). ‘Want wat er staat, is aan jullie te danken’, zei ze tegen de zaal. Wat er staat, zijn bijvoorbeeld goede netwerken en partnerschappen met scholen en culturele instellingen. Een mooie basis om op voort te bouwen. En daarbij hoeven penvoerders niet bang te zijn dat de financiering stopt, aldus Poppe. ‘Daar weten wij in elk geval niets van.’ OCW zal een denktank starten om na te denken over solide verankering van CmK.
Wat er al staat
Behalve de terug- en vooruitblikken van 44 penvoerders bevat Kijk eens wat er staat ook conclusies over de afgelopen periode. Zo groeide de reikwijdte van CmK: naast po doet cultuureducatie steeds vaker ook haar intrede in de kinderopvang, sbo, vo en mbo. Bovendien participeert inmiddels ook Caribisch Nederland.
‘Scholen die langer meedoen aan CmK, zijn meer tevreden over hun cultuureducatie’

CmK sorteert effect, vertelt LKCA-onderzoeker Huub Braam: ‘Scholen die langer meedoen aan CmK, zijn meer tevreden over het aanbod en de kwaliteit van hun cultuureducatie dan andere scholen.’ De rol van de penvoerder wordt steeds steviger en dit komt de kwaliteit ten goede.
Toch klinken er vanuit de zaal ook zorgen. Gaat het lukken om cultuureducatie blijvend te borgen? ‘Als je niet op de deur van scholen blijft kloppen, blijft er van cultuureducatie vaak weinig over’, zoals iemand zegt.
De penvoerders hebben een duidelijk wensenlijstje voor de overheid: een stevigere wettelijke verankering van cultuureducatie in het onderwijs en bundeling van budgetten in plaats van telkens kortlopende regelingen als School en Omgeving en Muziek in de Klas. Braam heeft ook nog een opdracht voor henzelf: nog meer uitwisselen en leren van elkaar.
Theaterintermezzo: ode aan de fantasie
Ooit gaf Joke van Leeuwen haar kinderboek over theater de prachtitel mee We zijn allang begonnen, maar nu begint het echt (1988). Daar deed het hilarische theaterintermezzo verzorgd door Coup de Boule aan denken. Want is Thea echt zo onhandig of speelt ze dat? En houdt de stratenmaker het stuk echt op of hoort het erbij? Ze horen in nagesprekken ook vaak van kinderen terug: ‘Was het al begonnen?’ De missie van beide acteurs is de fantasie van kinderen levend houden. Want in het kinderlijk hoofd kan alles.

De eco-logica van cultuureducatie
‘We zien dat het werkt en impact heeft.’ Edwin van Meerkerk, hoogleraar Cultuureducatie aan de Radboud Universiteit, laat er in zijn keynote geen misverstand over verstaan: cultuureducatie werkt én is broodnodig. Want als onze tijd ergens om vraagt, is het wel dat mensen het vermogen verwerven zich een andere wereld voor te stellen. En ja, hij weet dat het preken voor eigen parochie is. ‘Er zijn ook mensen die cultuureducatie woke shit vinden. Die moet je straks vooral de eindpublicatie laten lezen.’
Toch wordt er maar een bedroevend weinig geld voor cultuureducatie uitgetrokken, welgeteld 0,003% van de Rijksbegroting. ‘Dat is 16% van één F35-JSF en 4% van de verbreding van de A2 bij Kerensheide.’
Wat CmK-penvoerders doen, is bouwen aan een ecosysteem voor cultuureducatie. Hierbij hoort een andere taal en logica dan die van het beleid. ‘Want een ecosysteem bestaat uit deelnemers en rentmeesters, niet uit instituties. Je kunt een ecosysteem ook niet implementeren, want het was er al.’
‘Een ecosysteem is dynamisch én kwetsbaar.’ Aan de rentmeesters – zoals de penvoerders – de taak te zorgen dat de kwetsbaarheid geen kans krijgt en dat zoveel mogelijk kinderen deelnemer kunnen worden. Daarbij helpt het als cultuureducatie een wettelijke taak wordt voor provincies en gemeenten, aldus Van Meerkerk.

Een andere benodigde stap is een doorgaande leerlijn. ‘Zonder leerlijn is cultuureducatie tot sterven gedoemd, blijft het aan de zijlijn, een extraatje.’ Bij zo’n leerlijn hoort dat je expliciet maakt waar het bij cultuureducatie om draait: ‘Wat leren we kinderen en jongeren echt te doen in en met cultuur en welke culturele persoon kunnen zij worden?’
Cultuureducatie beoogt niet om van kinderen kunstenaars te maken, net zo min als wiskunde is bedoeld om wiskundigen te kweken. Beide vakken zijn bedoeld om leerlingen vaardigheden voor het leven mee te geven. ‘Cultuureducatie is de wiskunde van de verbeelding’, zoals Van Meerkerk het noemt. Als we met cultuureducatie leerlingen ‘magische momenten’ kunnen laten ervaren, dan zitten we op de goede weg.
Zelf zeefdrukken
Aan een waslijn wapperen diverse linnen tasjes. Ze hangen er te drogen, nadat mensen ze met een zeefdrukpers hebben bewerkt. Verf aanbrengen op het sjabloon, onder een hoek van 45 graden verf aandrukken en wegschrapen en voilà, weer een vrolijk Kijk-eens-wat-er-staat-exemplaar is klaar. Goeie tas om mee te nemen naar gemeentes en het gesprek aan te gaan: kijk, dit kan hier ook staan.

Bronnen van verbeeldingskracht
Oortjes om te genieten van muziek en stilte. Een schuursponsje omdat het soms moet schuren alvorens het glanst. Denken aan kinderen. De bron van verbeeldingskracht kan van persoon tot persoon verschillen. Zoveel wordt duidelijk tijdens de warming-upoefeningen van musicus Suzan Lutke en beeldend kunstenaar Jolanda Schouten bij hun lijn Verbeeldingskracht. Een andere les: iedereen heeft verbeeldingskracht. ‘Een leerkracht zegt weleens tegen me: dat kind is heel creatief’, vertelt Lutke. ‘Maar dat discours wil ik niet. Het gaat om de vraag: hoe ben jij creatief?’
En dat kan dus van persoon tot persoon verschillen. Voor de een is dat gedisciplineerd een partituur instuderen, voor de ander samen met anderen brainstormen over een goede toneelscene en voor weer een derde beproeft woorden op papier. Cultuureducatie helpt kinderen om hun eigen verbeeldingskracht te ontdekken en in persoonlijke vormen te gieten.
Ruimte voor de allerjongsten
Kun je te jong zijn voor cultuureducatie? Sabine Plamper beantwoordt die vraag met een stellig ‘Nee!’. Binnen de lijn ‘Cultuureducatie voor de allerjongsten’ maakt ze samen met Herma Roos met talloze voorbeelden uit de praktijk duidelijk hoe je jonge kinderen creatief kunt uitdagen. Neem de tijd, kijk goed en zit op je handen.

‘Denk groot, begin klein’, is Plampers advies. Met een klein formaat papier en afgepaste bakjes met verf komen peuters en kleuters ook al in een flow – ‘een optimale staat waarin kinderen niet bang zijn en zich ook niet vervelen’. En pas op met thema’s en opdrachten. ‘Daarmee doen we kinderen en hun fantasie tekort.’
Ook liever vermijden: uitroepen dat iets mooi is. Bevorder liever het proces. ‘Als een kind zegt ‘ik ben klaar’, schuif ik het nog wat materiaal toe.’
Florerende leerecosystemen
In lijn 1, ‘Een doorgaande leerlijn cultuur’, verdiepen deelnemers zich in wat er nodig is voor een florerend leerecosysteem. Drie kunststudenten vertellen over hun route en wie en wat daarbij behulpzaam waren. In de derde ronde gaan deelnemers in groepjes aan de slag met enkele stippen op de horizon voor CmK4. Hoe kun je bijvoorbeeld de stem van de beoefenaar terug laten komen in het systeem? En hoe kun je werken aan verbinding en ontschotting?
Vooral voor deze laatste stip is veel animo. De aangedragen oplossingen variëren van heel praktisch – zorg voor vervoer – tot meer strategisch: zorg dat alle neuzen dezelfde kant op staan en zorg dat binnen- en buitenschools elkaar versterken in plaats van elkaars concurrent worden. ‘Er staat al veel, maar er kan nog meer gebeuren’, vatten LKCA-medewerkers Jan van den Eijnden en Luud Goossens samen.

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)